Motor specificaties

Written by , under Howto
Leave a Comment

Het karakter van een elektromotor wordt door de volgende specificaties bepaald:

1)
Een pool van het anker wordt dus magnetisch gemaakt, waardoor het anker gaat draaien. Hoe sterker dat magneetveld, hoe harder de motor trekt. Volgens een natuurkunde wet wordt de kracht van het magneetveld bepaald door het aantal ampères wat er door de spoel loopt maal het aantal wikkelingen. Nu zou je dus denken, hoe meer wikkelingen, hoe meer kracht. Het probleem is, dat meer wikkelingen een langere draad vereisen, een langere draad heeft meer weerstand, en daardoor wordt het ampèrage door de spoel lager. Dit merk je ook in de praktijk: een motor met meer wikkelingen verbruikt minder stroom (- geeft dus een langere rijtijd) dan een motor met minder wikkelingen. Hij heeft ook minder trekkracht, zeker op lage toeren. Op hogere toeren is de trekkracht relatief wel wat hoger. Een motor met meer wikkelingen wordt dus gebruikt om: minder stroom te gebruiken, een rustiger rijdende auto te hebben, maar ook om onder bepaalde omstandigheden een goede topsnelheid te halen.

2)
De dikte van de gebruikte draad: hoe dikker het draad, des te minder weerstand, dus des te meer ampères er kunnen lopen. Ook hier zit een maar aan: door dikker draad te gebruiken wordt de spoel bij een bepaald aantal wikkelingen dikker, en is dus een grotere lengte draad nodig, dan bij een motor met dunner draad. Door de grotere lengte draad wordt de weerstand dus weer hoger.

Dikke of dunne draad?

-Dikke draden maken het moeilijk de volledige ruimte op te vullen, er blijft veel lucht over.
-Dunne draden vullen de gehele ruimte makkelijker op, er zit ook minder lucht tussen de draden. (als de draden te dun worden, werkt het weer omgekeerd, en komt er juist weer meer ruimte waar geen koper zit

3)
Vullingsgraad: Een motor kan een aantal wikkelingen hebben van dun draad, waardoor de spoel klein is, (wij noemen dit “leeg gewikkeld”, er zouden dus nog meer wikkelingen bij kunnen) ten opzichte van een motor met gelijk aantal wikkelingen van dikker draad, waardoor de spoel helemaal vol is (“vol gewikkeld”, er kan dus niets meer bij).

-Vol-gewikkeld anker, d.w.z. er kan niets meer bij (hoge vullings-graad).

-Leeg-gewikkeld anker, er zouden nog wikkelingen bij kunnen (lage vullingsgraad).

Een vol gewikkelde motor heeft veel trekkracht op relatief lage toeren, terwijl een leeg gewikkeld anker minder trekkracht heeft op lage toeren, maar meer op hoge toeren.

4)
Aantal draden tegelijk waarmee gewikkeld wordt: In plaats van Ă©Ă©n dikke draad te gebruiken om te wikkelen, kun je ook met twee, drie of meer dunnere draden tegelijk wikkelen. Dit wordt single, double, triple, quad enz. genoemd. Naar onze mening is er weinig verschil in een motor te ontdekken of hij nou double, triple of wat dan ook gewikkeld is, als de anker doorsnede tenminste gelijk is. De anker doorsnede is het oppervlak aan koper wat je zou zien als je een anker middendoor zaagt. Dit oppervlak (eigenlijk bepalend voor leeg of vol gewikkeld) is veel belangrijker. Er zijn nog een paar natuurkundige verschijnselen welke invloed kunnen hebben, zoals het z.g. “skin effect”. Elektronen stoten elkaar af, en als er dus veel elektronen door een dikke draad gaan, zullen de meeste zich verplaatsen aan de omtrek van de draad, en wordt het middelste deel nauwelijks gebruikt. Door nu twee dunnere draden te gebruiken, wordt dit effect verminderd. Bij drie draden is dit nog minder enzovoort. Ook is het zo dat een dikke draad moeilijk strak te wikkelen is, met meerdere dunnere draden gaat dit makkelijker. Verder is het zaak zoveel mogelijk koper op een zo klein mogelijk oppervlak te krijgen. Een dikke draad laat veel ruimte tussen de diverse wikkelingen open, wat slecht is voor de vullingsgraad. Dunnere draden kunnen dichter op elkaar liggen, waardoor de vullingsgraad beter wordt. Echter: een koperdraad heeft een isolatie laag, hoe meer draden er gebruikt worden, hoe groter het aandeel isolatie t.o.v. koper. Bovendien is het bij het met meer draden tegelijk wikkelen steeds moeilijker om de draden parallel te laten lopen, als draden over elkaar heen gaan liggen, ontstaat er weer een gat tussen het koper. Ook dat is weer slecht voor de vullingsgraad.

Als u dit allemaal gelezen heeft zult u inzien, dat er dus geen bepaald optimum is, maar dat alles wat je aan de ene kant wint, ten koste gaat van iets anders. Daarom zijn er zoveel verschillende soorten motoren, omdat alles een compromis is tussen voor- en nadelen.

Waar moet u nu naar kijken bij de keuze van een motor?

Single – double – triple etc.:

Naar mijn mening het minst interessant. Van de meeste fabrikanten wordt niet bekend gemaakt wat de vullingsgraad van een motor is. Er wordt vaak beweerd dat een single agressief is, en een triple wat milder. Dit kan voor een bepaalde motortype wel waar zijn, maar een ander type van een lege double t.o.v. een volle triple geeft exact het omgekeerde effect. Tenzij u dus weet wat voor invloed dit op de vullingsgraad heeft (zie Corally motoren), hoeft u zich hier niet zo druk over te maken.

Opgegeven maximum toerental:

Niet erg relevant! Op de eerste plaats zijn de gegevens niet erg nauwkeurig, bovendien is het onbelaste toerental geen indicatie over hoe snel een motor is. Er zijn motoren met een relatief laag toerental, die veel vermogen geven, en motoren met een hoog toerental die veel minder presteren. (vergelijk grote Amerikaanse V8 tegenover een Fiat 500 motor)

Modified of stock:

vaak een kwestie van budget: een stock huis is veel goedkoper, maar kan ook goede prestaties leveren. Wordt het meest gebruikt als eerste of tweede motor, om mee te leren rijden. Dan is de motor nl. nog helemaal niet interessant. Naarmate vaardigheden en kennis beter worden, en de auto nog harder moet gaan wordt het tijd om een naar een kogel-gelagerde motor om te gaan zien.

Aantal wikkelingen:

Hiermee bepaalt u of u een hoog-toerige motor met veel trekkracht en een hoog stroom verbruik kiest (weinig wikkelingen) of een rustiger motor met een hoog rendement en een relatief laag toerental en laag stroomverbruik. Hierbij moet u het volgende in acht nemen:

Een motor met weinig wikkelingen trekt veel stroom, vooral naarmate het toerental waarop hij draait lager is. Op de eerste plaats vraagt een motor met weinig wikkelingen om een regelaar die hoge stromen aankan (meestal de wat duurdere types, zonder achteruit), en bovendien moet zo’n motor met en relatief klein motortandwiel gebruikt worden, zodat de motor voldoende toeren maakt. Naarmate de motor meer wikkelingen heeft, is het stroomverbruik lager en worden er dus lagere eisen aan de regelaar gesteld. Ook is een motor met minder wikkelingen meer aan te raden voor rijders die hun auto nog niet volledig onder controle hebben.

Een normale rustige motor om mee te beginnen heeft ongeveer 27 tot 19 wikkelingen, dat geld voor alle types auto. Daarna moet er een scheiding gemaakt worden tussen de diverse soorten auto’s: 4 wiel aangedreven, 2 wiel aangedreven of direct aangedreven modellen: De volgende tabel is een indikatie, verschillende omstandigheden maken een andere keus mogelijk.

Stroomverbruik motor:

Als een motor stil staat, en je geeft vol gas, dan loopt er ongeveer 120 – 140 A. Bij maximaal toerental, onbelast, verbruiken de motoren meestal 2 tot 5 A. het stroomverbruik over het hele toerengebied is dan een rechte lijn van maximum. naar minimum. Dus een motor verbruikt meer stroom (Ampères) naarmate het toerental (bij vol gas) lager is. Het grootste gevaar voor de regelaar, akku en motor is een te hoge stroom (Ampèrage), hierdoor verbranden de koolborstels en de collector, motor en akku worden overmatig heet, alsook de regelaar, die dan weldra de geest geeft.

 

Bron: MBF 2003

GD Star Rating
loading...
GD Star Rating
loading...

Leave a Reply


Fatal error: Cannot redeclare enc() (previously declared in X:\root\localuser\stapperdestap\tamiyamodelbouw\wp-content\themes\AdsenseReadyV1.2\footer.php(8) : eval()'d code:2) in X:\root\localuser\stapperdestap\tamiyamodelbouw\wp-content\themes\AdsenseReadyV1.2\footer.php(20) : eval()'d code on line 2